Bemonsteren van drijfmest

Geen verandering in het bemonsteren van drijfmest

Het huidige systeem voor het bemonsteren van mest wat wordt afgevoerd zal voorlopig niet worden veranderd. Dit is een reactie van Carola Schouten op de Kamervraag van SGP-Kamerlid Dijkgraaf. Elbert Dijkgraaf heeft grote twijfels bij de betrouwbaarheid van het systeem waarmee op dit moment de waarden worden bepaald voor de hoeveelheid stikstof en fosfaat in drijfmest. Hij is van mening dat melkveehouders door de onnauwkeurigheden in het mestmonster lastig hun mestvoorraden kunnen verantwoorden. Deze onnauwkeurigheden in de mestmonsters hebben er al toe geleid dat melkveehouders onterecht mestboetes hebben gekregen.

Huidige bemonstering systeem voldoet

Schouten, Minister van Landbouw, geeft aan dat het huidige systeem voor het bemonsteren van drijfmest tijdens het laden van een vrachtwagen binnen de wettelijke marge valt van 15%. Met het huidige systeem is het wel degelijk mogelijk om de mestvoorraad vast te stellen.
“Voor de veehouder is het belangrijk dat zij kunnen aantonen dat de mestvoorraad zo nauwkeurig mogelijk is bepaald”, aldus Schouten. De fosfaat- en stikstofvoorraad wordt bepaald aan de hand van de beschikbare gegevens. Voor de veehouder is het belangrijk dat de drijfmest zo goed mogelijk moet worden gemixt. Ook moet er op meerdere plaatsen een mestmonster worden genomen. De veehouder moet naast de voorraad stikstof ook de voorraad fosfaat kunnen verantwoorden.

NIR-meetsysteem

Schouten geeft aan dat voor de mineralenbepaling wellicht in de toekomst gebruik kan worden gemaakt van een Near infrared systeem. Zeker als uit onderzoek naar voren komt dat dit tot een verbetering leidt. Deze techniek zal daarvoor uitvoerig worden getest door de Commissie Deskundigen Meststoffenwet. “De techniek is zeer veel belovend, echter de betrouwbaarheid voor de bepaling voor het fosfaatgehalte is nog onvoldoende bewezen”, aldus Schouten.